Banner

Wat zijn normale voerkosten?

11 juli 2023 | Door:  Maaike Groot

Afgelopen jaar hebben zowel de melkprijs als de kosten een aanzienlijke stijging doorgemaakt. Daarbij zijn de voerkosten een belangrijk onderdeel van de dagelijkse bedrijfsuitgaven. Het goede nieuws is dat je dagelijks ook verschillende keuzes kunt maken waar het gaat om het voeren van je koeien. Dit in tegenstelling tot de meeste andere kosten, die behoorlijk vastliggen.

In 2022 was het niet noodzakelijk om streng te letten op lage voerkosten, aangezien cash ruim voorhanden was. Dit jaar is de situatie anders. We zien namelijk vanaf januari 2023 een flinke daling van de melkprijs, terwijl de daling van de voerprijs achterblijft. Dit maakt het noodzakelijk om de grip op voerkosten te verstevigen.

Waar eerder veel melkveehouders wel gevoel hadden bij een bepaald niveau aan voerkosten per kilo melk, is dat gevoel in de volatiele markt van de laatste tijd behoorlijk verstoord. Wat zijn tegenwoordig normale voerkosten? In dit artikel nemen we je mee in een analyse van de voerkosten over de afgelopen vijf kwartalen (Q1 2022 tot en met Q1 2023) en geven we je handvatten voor een aanvullende KPI: het percentage van de melkprijs wat je besteedt aan de aankoop van voer.

Analyse voerkosten Q1 2022 tot en met Q1 2023

Wij hebben een analyse gemaakt van de voerkosten van een grote groep melkveebedrijven. Deze bedrijven zijn verdeeld in vier groepen. De verdeling is gemaakt op basis van intensiteit per hectare (zie tabel 1).

Tabel 1: Verdeling van de intensiteitsgroepenTabel 1: Verdeling van de intensiteitsgroepen

De aankoop van voer omvat de kosten voor krachtvoer, krachtvoervervangers, ruwvoeraankoop, melkproducten en overige voerkosten, zoals mineralen. Tabel 2 geeft de gemiddelde voerkosten weer per kilo melk over de afgelopen vijf kwartalen. Wat opvalt, is dat de groepen A en B gedurende deze periode steeds ruim 2 cent per 100 kilogram melk hógere voerkosten hebben dan de groepen C en D. De groepen C en D hebben ook meer land tot hun beschikking, wat resulteert in minder noodzaak tot ruwvoeraankoop in vergelijking met groep A.

Tabel 2 Aankoop van voer per 100 kilogram melk in euro’s in periode Q1 2022 tm Q1 2023.Tabel 2: Aankoop van voer per 100 kilogram melk in euro’s in periode Q1 2022 tot en met Q1 2023

Het jaar 2022 was geen geweldig jaar wat betreft ruwvoerwinning. Na de eerste snede bleef het lang droog, wat resulteerde in achterblijvende hergroei van het gras. Dit heeft zijn weerslag gehad op de kosten voor de aankoop van ruwvoer. Zo valt bij groep C op dat deze, ondanks de relatief hoge mate van grondgebondenheid, toch 1,26 euro per 100 kilo melk heeft uitgegeven aan de aankoop van ruwvoer.

In de onderstaande grafiek zijn de totale aankopen van voer over de afgelopen vijf kwartalen weergegeven. Vanaf het tweede kwartaal van 2022 zijn deze kosten fors gestegen voor alle groepen. In Q1 2023 is sprake van een toename van zo’n 2 cent ten opzichte van het niveau van Q1 2022 en voor de intensievere bedrijven loopt dit op tot ruim 3 cent. In Q4 hebben sommige bedrijven bij moeten schakelen met ruwvoer, waardoor de lijnen daar een atypisch verloop hebben. In dit kwartaal is het ruwvoertekort opgevangen door de aankoop van ruwvoer – dit hoort eigenlijk bij het gehele jaar.

Grafiek 1: Aankopen voer per 100 kg melk prijsontwikkeling Q1 2022 tm Q1 2023Grafiek 1: Aankopen voer per 100 kg melk, prijsontwikkeling Q1 2022 tot en met Q1 2023

De marge

Op basis van het feit dat groep A hogere voerkosten per kilo melk heeft en een hogere intensiteit per hectare, zou je kunnen verwachten dat de marge op deze bedrijven lager is dan bij de andere groepen. De intensievere bedrijven moeten onder andere meer mest afzetten en ze ontvangen per kilo melk lagere GLB-subsidies. Echter, niets blijkt minder waar als we kijken naar het kritieke voersaldo en de liquiditeitsmarge.

Sturen op het kritieke voersaldo (KVS) is een sleutelfactor voor succes op het gebied van liquiditeit en strategie, zoals beschreven in het artikel: Kritiek Voersaldo: sleutel tot succes in liquiditeit en strategie. Het kritieke voersaldo is het totaal aan vaste uitgaven (exclusief voeraankoop) minus de overige opbrengsten (exclusief melk). Het KVS wordt opgebracht vanuit de melkopbrengsten minus de voerkosten: het gerealiseerde voersaldo. Het kritieke voersaldo wordt uitgedrukt in hele euro's, om de focus te leggen op de totale kasstroom in het bedrijf. Het verschil tussen het KVS en het voersaldo is de ‘liquiditeitsmarge’ of ‘voerwinst’.

In de onderstaande tabel 3 zijn het voersaldo en het kritieke voersaldo per dag weergegeven voor de vier groepen. De extensieve groep D scoort het laagst wat betreft voerwinst, gevolgd door groep A. De groepen A en D (de meest ‘extreme’ bedrijven qua intensiteit) hebben juist de laagste marges. Groep C springt er echter tussenuit en behaalt de hoogste voerwinst per dag, zowel absoluut als per kg melk.

Tabel 3 Voersaldo per dag en kritiek voersaldo per dag en margesTabel 3: Voersaldo per dag en kritiek voersaldo per dag en marges

In de onderstaande grafiek is de voerwinst per dag over de afgelopen vijf kwartalen weergegeven. Ondanks de stijging van de aankopen van het voer is de voerwinst vanaf het tweede kwartaal 2022 ook zeer sterk gestegen. De opbrengstprijs steeg dus veel sneller dan de kosten. De middengroepen B en C (intensiteit 15.000 tot 25.000 kg melk/ha) springen eruit: deze behalen over alle kwartalen een hogere voerwinst dan de groepen A en D: de groepen die respectievelijk ‘extreem intensief’ en ‘extreem extensief’ zijn. Vanaf kwartaal 2022 wordt de spreiding tussen de groepen steeds groter. Groep B springt er hierbij tussenuit. Schaalgrootte is hier de belangrijkste verklarende variabele. Wellicht dat op deze bedrijven de balans tussen factoren als ruwvoerproductie, mestplaatsing en financieringslasten het meest optimaal is.

Grafiek 2 Voerwinst per dag Q1 2022 tot en met Q1 2023Grafiek 2: Voerwinst per dag Q1 2022 tot en met Q1 2023

Per kilogram melk

Als we in tabel 3 kijken naar de Kritieke Melkopbrengstprijs (KMO) en de liquiditeitsmarge zien we dat groep C het meest opvalt. Deze groep, met 15.000 tot 18.000 kg melk per ha behaalt de hoogste plus in liquiditeit. Groep B en D zijn vrijwel gelijk. Terwijl groep D de hoogste melkopbrengsten heeft ontvangen – 7,72 euro meer melkgeld dan groep B – en bio-bedrijven buiten deze analyse zijn gelaten. De extensieve groep bedrijven heeft de hoge melkprijs (gehalten, melkstroom) dus ook echt nodig gehad om alle uitgaven op het bedrijf te kunnen betalen.

Percentage melkprijs als budget voor ‘normale voerkosten’

We hebben ook gekeken naar het uitgegeven percentage voor de aankopen van het voer ten opzichte van de melkprijs. Deze aankopen van het voer bevatten alle voerkosten. Dus niet alleen die van het krachtvoer en de bijproducten, maar ook die van de mineralen en het melkpoeder. Deze kosten hebben vaak een aandeel van 2 cent per 100 kilogram melk.

In de onderstaande grafiek is het aandeel van de aankopen van het voer van de melkprijs in percentages van de afgelopen vijf kwartalen weergegeven. Groep A besteedt, zoals verwacht, over het algemeen het meeste aan de aankopen van het voer. We zien ook dat in het eerste kwartaal 2022 relatief het meest is uitgegeven aan de aankopen van voer. In de kwartalen daarna zakte dit, als gevolg van melkopbrengsten die sterker stijgen dan de kosten. In het eerste kwartaal van 2023 komt er weer een meer normaal beeld terug.

Groep C besteedt gemiddeld genomen het minste aan de aankopen van voer ten opzichte van de melkprijs. Krap daarna komt groep D, terwijl deze groep (zie tabel 4) een beduidend hogere melkprijs heeft ontvangen.

Grafiek 3: Percentage melkprijs besteed aan aankoop voerGrafiek 3: Percentage melkprijs besteed aan aankoop voer

Conclusie

De meest intensieve bedrijven (groep A) hebben in de periode Q1 2022 tot en met Q1 2023 structureel hogere kosten gemaakt voor de aankoop van voer. Uiteindelijk behaalt deze groep een hogere voerwinst dan de meest extensieve bedrijven (groep D). Hogere voerkosten, of een hoge intensiviteit, wil niet altijd zeggen dat je een lagere marge behaalt.

Voor extensieve bedrijven is het van belang dat de uitgaven zo laag mogelijk zijn en dat hoge melkopbrengsten door goede gehalten en bijzondere melkstroom worden gekoesterd. Intensievere bedrijven hebben vaak meer belang bij een hoge omzet in euro’s. Natuurlijk moeten de kosten beheersbaar blijven, maar een hoge omzet is vaak veruit de meest bepalende factor voor een goede liquiditeit.

Het kennen van je kritieke voersaldo en daarop sturen kan elk type bedrijf inzicht en rust geven ten aanzien van liquiditeit. Daarnaast kan het slim zijn om vast te stellen welk deel van je melkopbrengsten je ‘mag’ besteden aan voer. Intensievere bedrijven hebben een budget dat tegen de 35 procent aan zit, terwijl dit bij extensievere bedrijven rond de 28 procent of 29 procent mag zijn. Het monitoren van deze kengetallen gedurende het jaar kan houvast geven in een tijd met schommelende markten.

Dit artikel is onderdeel van Cijfers die Spreken, de online analyse van de melkveehouderij. Bekijk hier de editie van kwartaal 2 van 2023.

Maaike Groot

Maaike Groot

Bedrijfskundig adviseur

088 253 2147 | mgroot@alfa.nl


Meer over Maaike