Banner

Maatregelen internationaal - Prinsjesdag 2021

22 september 2021 | Door:  Matthijs van Dorssen

Bij internationaal ondernemen komen meerdere belastingregimes bij elkaar, wat kan leiden tot onwenselijke belastingdruk of belastingontwijking. Het Belastingplan 2022 bevat aanpassingen, nieuwe regelingen en maatregelen om onwenselijke gevolgen tegen te gaan.  

Verrekening van voorheffingen aangepast 

Als je in jouw Nederlandse bv beleggingen aanhoudt, kan de verschuldigde dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenend worden met de vennootschapsbelasting. Buitenlandse lichamen konden dat niet. Onder druk van EU-recht is daarom per 1 januari 2021 een goedkeuring opgenomen voor teruggave van dividendbelasting en kansspelbelasting aan buitenlande portfolio-aandeelhouders.

Vanaf 1 januari 2022 zal als gevolg van deze maatregel de verrekening gemaximeerd worden tot het  in een jaar verschuldigde bedrag aan vennootschapsbelasting. Maakt jouw bv verlies dan kan in dat jaar de betaalde dividend- of kansspelbelasting niet verrekend en uitbetaald worden. De eventueel niet verrekende dividend- of kansspelbelasting schuift door naar een later jaar.  

Er wordt geen termijn gesteld voor de voorwaartse verrekening. Een ‘verdamping’ van niet verrekende dividend- of kansspelbelasting is dan ook niet aan de orde. Deze maatregel geldt voor iedere belastingplichtige in de vennootschapsbelasting.  

Zakelijkheidsbeginsel in grensoverschrijdende situaties  

Gelieerde vennootschappen zijn verplicht om zakelijk met elkaar te handelen. Als jouw bv’s gelieerd zijn, moeten zij voor aan elkaar geleverde diensten en goederen een prijs in rekening brengen die ‘at arms length’ is, oftewel de prijs die zou zijn overeengekomen tussen onafhankelijke partijen. Dit geldt in zowel binnenlandse als grensoverschrijdende situaties. Als de Belastingdienst van mening is dat hier niet aan wordt voldaan, dan wordt de verrekenprijs aangepast totdat deze wel zakelijk is. Dit principe reikt zo ver dat de Belastingdienst een aanpassing doorvoert, zelfs wanneer de fiscus van de buitenlandse gelieerde partij dit voorbeeld niet volgt. Door deze eenzijdige aanpassing ontstaat dan een heffingslek. Om dit gevolg tegen te gaan, regelt een nieuw wetsvoorstel dat een aanpassing van de verrekenprijzen in Nederland door de Belastingdienst de winst van jouw BV niet kan verlagen zonder dat het buitenland de fiscale winst aldaar verhoogt. Ook kent de wet regelingen voor overdracht van vermogensbestanddelen.  

Belastingplichtmaatregel omgekeerde hybride lichamen 

In het verleden hebben multinationals meermaals gebruikgemaakt van de verschillende kwalificaties die landen hanteerden over de behandeling van belastingplichtigen.
Per 1 januari 2020 zijn al maatregelen ingevoerd om dergelijke zogenaamde ‘hybride mismatches’ tegen te gaan. Het doel van het wetsvoorstel is om hybride mismatches die per 2020 nog niet geregeld zijn, de zogenaamde omgekeerde gevallen, verder te voorkomen.

Het gaat daarbij om een verschil in fiscale kwalificatie van samenwerkingsverbanden, zoals besloten cv’s in cv-bv-structuren. In Nederland zijn deze samenwerkingsverbanden niet zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Belastingheffing vindt plaats op het niveau van de participanten (fiscale transparantie). Er ontstaat een kwalificatieverschil als de participanten van het samenwerkingsverband zijn gevestigd in een land dat deze fiscale transparantie niet kent. De resultaten van het samenwerkingsverband worden dan niet bij de participanten belast, waardoor per saldo dus geen enkel land belasting heft.

Het voorstel strekt ertoe deze kwalificatieverschillen te neutraliseren door onder voorwaarden de kwalificatie van het samenwerkingsverband van het land waar de participanten gevestigd zijn te volgen. Dat betekent dat een vanuit Nederlandse fiscale optiek fiscaal transparant samenwerkingsverband in die situaties als zelfstandig belastingplichtig is aan te merken. In de praktijk maken vooral Amerikaanse concerns gebruik van deze structuren, omdat in de verhouding Nederland-Amerika deze mismatch aanwezig is.  

Onder maatschappelijke druk hebben meerdere landen de handen ineengeslagen om elkaars kwalificatie af te stemmen. De laatste mogelijkheden tot zogeheten ‘mismatches’ dienen na invoering van een nieuwe wet – met ingangsdatum 1 januari 2022 – tot het verleden te behoren.  

Volgorde CFC-verrekening 

De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting zorgt ervoor dat de resultaten van zowel binnenlandse als buitenlandse dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap. De deelnemingsvrijstelling is door toedoen van internationale bestrijding van belastingontwijking in bepaalde gevallen echter niet meer van toepassing.  

Dit speelt bij zogenoemde Controlled-Foreign-Company (CFC) deelnemingen. Dit zijn buitenlandse dochtervennootschappen die zijn gevestigd in een laag belast land en tevens worden aangehouden met als hoofddoel om passieve (beleggings)inkomsten te genereren.  

Wanneer meer dan een belang van 50 procent in een dergelijke deelneming wordt aangehouden, maken de resultaten van die deelneming toch onderdeel uit van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap.  

Om dubbele heffing te voorkomen, wordt de buitenlandse belastingheffing op de buitenlandse CFC-dochtervennootschap onder voorwaarden verrekend met de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting van de houdstermaatschappij. Bij meerdere aangehouden CFC-lichamen wordt de te verrekenen buitenlandse belasting per CFC-lichaam afzonderlijk berekend. De verrekening kan echter niet meer bedragen dan de vennootschapsbelasting die in Nederland is verschuldigd. Op dit moment schrijft de wet niet voor in welke volgorde deze verrekening van het kleinste naar het grootste bedrag aan winstbelasting moet plaatsvinden. Omwille van de uitvoerbaarheid van de verrekening in deze specifieke gevallen wordt voorgesteld om in de wet een verplichte volgorde van verrekening op te nemen. Indien de betaalde winstbelasting van CFC’s even groot zijn, zullen de bedragen naar evenredigheid worden verrekend. 

De Btw One Stop Shop (OSS) wordt nog aantrekkelijker

Vanaf 1 juli 2021 gelden er nieuwe btw-regels rond de e-commerce. Als ondernemer kun je ervoor kiezen je buitenlandse omzet via de OSS in je eigen lidstaat aan te geven. Met terugwerkende kracht naar 1 juli 2021 wordt nu toegestaan dat je de OSS ook kunt gebruiken als je een negatieve aangifte moet doen.

Het gaat om buitenlandse btw-ondernemers die een negatieve omzet behalen voor afstandsverkopen naar Nederland. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als in een belastingtijdvak sprake is van meer retourzendingen dan goederenleveringen. De OSS-aangifte zou dan resulteren in een teruggaaf van btw.

Tot voor kort was het onduidelijk of in dergelijke gevallen ook nog een afzonderlijk teruggaafverzoek moest worden gedaan. Voorgesteld wordt nu dat dat niet nodig is en volstaan kan worden met het indienen van een negatieve OSS-aangifte.

Let op! Deze toezegging geldt voor ondernemers uit andere lidstaten. Voor Nederlandse ondernemers die in een andere lidstaat op een teruggaaf uitkomen, is nog altijd extra aandacht vereist. Nog niet alle lidstaten hebben duidelijkheid verschaft over de manier van het terugvragen van de ‘buitenlandse-btw’ op retourzendingen. Dit betekent dat deze ‘versoepeling’ vooral een tegemoetkoming is voor ondernemers uit andere lidstaten.

Matthijs van Dorssen

Matthijs van Dorssen

Senior Adviseur

088 2533208 | mvandorssen@alfa.nl


Meer over Matthijs