Banner

Hoe waardeer ik mijn voorzieningen?

30 april 2021 | Door:  Rohalt Janssens

Als je andere partijen moet betalen, dan neem je een schuld op je balans op. Maar wat doe je als je een verplichting hebt waarvan je niet weet wanneer of hoeveel je daadwerkelijk moet betalen? Dan neem je een voorziening op de balans op. De waarderingsregels van voorzieningen op de balans van de BV zijn gewijzigd.

Voorwaarden voorzieningen

De BV moet een voorziening opnemen als de BV per balansdatum aan de volgende voorwaarden voldoet:

Samenhang

Voorzieningen zijn verplichtingen die op balansdatum als waarschijnlijk of vaststaand worden beschouwd. Het is echter niet bekend in welke omvang of wanneer zij ontstaan. Voorzieningen hangen dus nauw samen met schulden en met ‘niet in de balans opgenomen verplichtingen’ (NIBOV). Dit is goed te illustreren aan de hand van het volgende voorbeeld.

Een afnemer stelt BV X aansprakelijk voor een gemaakte productiefout. De afnemer legt een claim van € 150.000 bij de BV weg. De claim wordt aanhangig gemaakt bij de rechtbank.

Waardering

Tot en met de jaarrekening over 2019 had de BV de keuze om de voorziening te waarderen tegen de nominale waarde of tegen de contante waarde. De contante waarde is de huidige waarde van een bedrag dat na een bepaalde periode nodig is.

Vanaf de jaarrekening over 2020 moet de BV de voorziening waarderen tegen de contante waarde, indien ‘het effect van tijdswaarde van geld materieel is’. Met tijdswaarde van geld drukken we de waarde van geld uit, waarbij we rekening houden met een renteontwikkeling over een bepaalde periode.

Het verschil tussen de nominale en contante waarde blijkt uit volgend voorbeeld.

BV Y vormt een voorziening voor het in de toekomst opruimen van milieuvervuiling. De geschatte kosten bedragen € 500.000. De rentevoet wordt bepaald op 1,5%. De uitgaven vinden over zes jaar plaats.

De nominale waarde bedraagt € 500.000.

De contante waarde per balansdatum bedraagt (€ 500.000 / 1,015^6 =) € 457.271.

De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft gesteld dat voorzieningen met een looptijd korter dan een jaar niet tegen de contante waarde hoeven te worden gewaardeerd. Een voorbeeld van een looptijd van maximaal één jaar is het verlenen van een eenjaarsgarantie op fabrieksfouten.

Stelselwijziging

Als de BV de voorziening eerst tegen de nominale waarde en nu tegen de contante waarde waardeert, moet de BV in de jaarrekening 2020 een stelselwijziging toepassen.

Andere waarderingsregels

De gewijzigde regelgeving is opgenomen in Richtlijn 252 en geldt voor de (overige) voorzieningen die onder deze richtlijn vallen. Voorzieningen groot onderhoud en belastinglatenties zijn opgenomen in andere richtlijnen. Daar gelden andere waarderingsregels. Zo kun je voor belastinglatenties nog altijd de keuze maken om deze tegen de nominale waarde of de contante waarde te waarderen. Ook de personeelsbeloningen (waaronder het pensioen in eigen beheer) zijn opgenomen in een andere richtlijn. Die werden echter altijd al tegen contante waarde gewaardeerd.

Alfa helpt

Heeft je BV te maken met voorzieningen? Weet je niet zeker of het effect van tijdswaarde materieel is en/of hoe je de stelselwijziging moet verwerken? Je Alfa-accountant helpt je graag bij het opstellen van je jaarrekening.

Rohalt Janssens

Rohalt Janssens

Bureau Vaktechniek Accountancy

088 2531050 | rjanssens@alfa.nl


Meer over Rohalt