Positieve weigering aanvraag natuurvergunning

19 januari 2024 | Door:  Annelou Olde Beverborg

Afgelopen woensdag oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over de zogenaamde positieve weigering. Een vleeskalverhouder uit Gelderland en een pluimveehouder uit Noord-Brabant kregen beiden te maken met een weigering van hun aanvraag voor een natuurvergunning. De veehouders hebben hoger beroep ingesteld, omdat zij wel een natuurvergunning wensen.

Wat speelde er?

In de zaak die in Noord-Brabant speelde, vroeg een pluimveehouder een natuurvergunning aan. In de zaak in Gelderland vroeg een vleeskalverhouder een natuurvergunning aan. In beide gevallen zouden de aangevraagde situaties niet leiden tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Er was dus sprake van intern salderen. Door een wijziging van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is intern salderen niet langer vergunningplichtig. Het bevoegd gezag heeft in beide gevallen om die reden de aanvraag voor een natuurvergunning geweigerd. Deze besluiten noemen we ook wel een positieve weigering.

Positieve weigering

Over de status van een positieve weigering zijn de meningen verdeeld. In de zaak van de kalverhouder oordeelde de rechtbank Gelderland dat een natuurvergunning en een positieve weigering dezelfde rechtsgevolgen hebben. De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in de zaak van de pluimveehouder daarentegen dat een positieve weigering niet gelijkgesteld kan worden aan een natuurvergunning. Het betreft een bestuurlijk rechtsoordeel dat uitgaat van de huidige aanvraag, het dan geldende recht en het dan geldende programma om de stikstofdepositie te berekenen. Als één van die punten wijzigt, kan het zijn dat er wel een natuurvergunning nodig is.

Hoger beroep

In het hoger beroep beaamt de Afdeling dat het vervallen van de vergunningplicht tot meer rechtsonzekerheid kan leiden. Volgens de Afdeling biedt de geldende wetgeving echter geen mogelijkheid om een vergunning te verlenen voor de situaties van beide veehouders. De wetgever heeft weliswaar het voornemen geuit om projecten waarbij sprake is van intern salderen weer vergunningplichtig te maken, maar daarop vooruitlopen is niet mogelijk.

Helaas komt de Afdeling niet toe aan een oordeel over de status van een positieve weigering. De betekenis van een positieve weigering bij een wijziging of uitbreiding van een activiteit of bij wijziging van regelgeving, kan aan de orde worden gesteld in een procedure over een besluit dat in het kader daarvan wordt genomen.

Praktijk

Voor de praktijk vind ik het jammer dat de Afdeling zich niet heeft uitgelaten over de status van een positieve weigering. Wanneer een veehouder niet weet of een wijziging in zijn bedrijfsvoering in overeenstemming is met de natuurwetgeving zorgt dat voor onzekerheid. Of een positieve weigering voldoende rechtszekerheid biedt, blijft onduidelijk. Een natuurvergunning kan de veehouder niet krijgen en biedt dus ook geen soelaas.

Annelou Olde Beverborg

Annelou Olde Beverborg

Juridisch adviseur

088 2531324 | aoldebeverborg@alfa.nl


Meer over Annelou