Banner

Maatregelen voor ondernemers - Prinsjesdag 2020

16 september 2020 | Door:  Arne de Beer

Het kabinet verkleint het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen. De zelfstandigenaftrek gaat in stappen nog verder omlaag. De arbeidskorting gaat daarom omhoog. Het voordeel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, dat de Hoge Raad aan ondernemers gaf voor investeringen in een firma, wordt gerepareerd. Wel mag de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (weer) per onderneming worden berekend. Voor bepaalde coronamaatregelen gaat een belastingvrijstelling gelden.

Afbouw zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek is een bedrag dat jij als ondernemer in de inkomstenbelasting in aftrek mag brengen op jouw winst. Voorwaarde is wel dat je 1.225 uur hebt gewerkt als ondernemer en 50% van jouw tijd aan de onderneming hebt besteed. Voor startende ondernemers geldt die 50%-voorwaarde niet. De zelfstandigenaftrek verlaagt het bedrag van jouw winst waarover je inkomstenbelasting betaalt.  

De zelfstandigenaftrek blijft de komende jaren nog wel bestaan, maar wordt over een lange periode afgebouwd naar een lager bedrag. Dit wordt gecompenseerd door een verhoging van de arbeidskorting en de verlaging van het laagste tarief inkomstenbelasting. Dit staat erover in het Belastingplan 2021:

Reparatie kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA of investeringsaftrek) is bedoeld om investeringen tot een totaal jaarbedrag van € 323.544 (2020) te bevorderen. De hoogte van de investeringsaftrek is afhankelijk van het  totale jaarlijkse investeringsbedrag. De investeringsaftrek is sinds 2010 niet altijd een percentage van dit investeringsbedrag. Bij totale jaarinvesteringen tussen de € 58.238 en € 107.848 (2020) geldt een vast maximumbedrag van € 16.307 (2020).

Uit de wettekst is niet duidelijk hoe de KIA moet worden berekend bij investeringen in personenvennootschappen (zoals een vennootschap onder firma of maatschap). Dit heeft geleid tot gerechtelijke procedures, waarbij de Hoge Raad eraan te pas moest komen. De Hoge Raad heeft onder andere beslist dat als de KIA op basis van het totaal aan investeringen van een vennoot uitkomt op het vaste maximumbedrag, die vennoot individueel recht heeft op dit maximumbedrag. Het maximumbedrag wordt dan niet tussen de vennoten verdeeld.

Het kabinet vindt deze rechtspraak niet in overeenstemming met de bedoeling van de KIA en voert daarom de evenredige verdeling van het maximumbedrag van € 16.307 (2020) alsnog in.

Voorbeeld
Een ondernemer maakt deel uit van een vof en heeft recht op 50% van de overwinst. Ook heeft hij buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. De vof heeft in een jaar € 40.000 geïnvesteerd. De ondernemer heeft dus € 20.000 (50% van € 40.000) in de onderneming geïnvesteerd. Daarnaast heeft de ondernemer € 60.000 in zijn buitenvennootschappelijke ondernemingsvermogen geïnvesteerd. Het totale investeringsbedrag is dan € 100.000. Hiervoor geldt het vaste maximumbedrag aan investeringsaftrek van € 16.307. Volgens de uitspraak van de Hoge Raad zou de ondernemer dit bedrag als investeringsaftrek mogen claimen. Met de wetswijzing wordt dit bedrag herberekend: (50% x € 40.000 + € 60.000) / € 100.000 x € 16.307 = € 13.046. De ondernemer krijgt dan nog maar een deel van het maximumbedrag van € 16.307.

Tot slot heeft de wetgever duidelijk gemaakt dat de investeringsaftrek – in tegenstelling tot het oordeel van de Hoge Raad – per onderneming en niet per ondernemer moet worden berekend. Dit heeft positieve gevolgen voor de ondernemer die meerdere ondernemingen heeft waarin hij investeert. Op dit punt is het kabinet dus minder streng dan de Hoge Raad. Dat zie je in het voorbeeld hierna.

Voorbeeld
Een ondernemer heeft twee ondernemingen, een fietsenhandel en een manege. In een jaar investeert hij in allebei de ondernemingen € 40.000, waardoor het totale investeringsbedrag € 80.000 bedraagt. In dat geval bedraagt de investeringsaftrek volgens de Hoge Raad het vastgestelde maximumbedrag van € 16.307. Volgens de wetgever moet de investeringsaftrek per onderneming worden berekend. De investeringsaftrek per onderneming is 28% x € 40.000 = € 11.200. De ondernemer mag hierdoor in totaal 2 x € 11.200 = € 22.400 aan investeringsaftrek claimen.

Tip!
Investeren in jouw onderneming of ondernemingen hebben gevolgen voor de omvang van de investeringsaftrek. Hierdoor kan het fiscaal voordelig zijn om investeringen naar voren te halen of juist uit te stellen. Ben je vennoot in een firma of maat in een maatschap? In 2020 kan de voordelige methodiek van de Hoge Raad nog worden benut. Vanaf 2021 kan buitenvennootschappelijk investeren jou nog voordelen bieden bij de berekening van de KIA. Overleg daarom vooraf met jouw adviseur over de manier waarop je de investeringen moet plannen.

In 2021 worden een aantal al eerder bekendgemaakte vrijstellingen en toezeggingen over coronasteunmaatregelen in de wet opgenomen.

Winstvrijstelling voor TOGS en Subsidie vaste lasten (TVL)

Ondernemers in bepaalde branches die schade hebben geleden door de coronamaatregelen, konden tot en met 15 juni 2020 gebruik maken van de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS of € 4.000-regeling). Op deze regeling volgde de Regeling Subsidie financiering vaste lasten mkb COVID-19 (TVL).

De vergoedingen die je op basis van deze regelingen hebt ontvangen worden vrijgesteld en behoren dus niet tot de winst uit jouw onderneming. Dit was al eerder besloten en bekend gemaakt, maar de vrijstelling wordt nu ook formeel in de wet geregeld.

Fiscale behandeling Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19

Zorginstellingen kunnen werknemers en niet-werknemers (zoals zzp’ers en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel) een belastingvrije bonus geven van € 1.000. Deze bonus moet door de zorginstellingen verwerkt worden in de vrije ruimte van de werkkostenregeling en wordt aangemerkt als eindheffingsbestanddeel. Hierdoor wordt bij de werknemer geen belasting geheven en is de vergoeding netto. De bonus leidt hierdoor ook niet tot lagere toeslagen voor de werknemer.

Deze manier om de bonus zonder belastheffing toe te kennen was nog niet mogelijk bij niet-werknemers. Daarom is dit nu ook voor niet-werknemers (waaronder zzp’ers) opgenomen in het Belastingplan. Het eindheffingstarief is vastgesteld op 75%. Dit is gelijk aan het tarief voor verstrekkingen van meer dan € 136 aan niet-werknemers.

De zorginstelling kan voor de bonus een aanvraag indienen bij de minister van VWS. De bonus inclusief de verschuldigde eindheffing wordt vervolgens vergoed aan de zorginstelling.

Bekijk alle artikelen over de maatregelen van het Belastingplan 2021 op onze speciale Prinsjesdag-pagina.

Arne de Beer

Arne de Beer

Senior belastingadviseur vaktechniek

088 2531000 | adebeer@alfa.nl


Meer over Arne