Banner

Ondernemer in beeld: JEM-id

4 februari 2021 | Door:  Eva van Eijck

“De wendbaarheid van kleine bedrijven wordt nu ook geëist van grote bedrijven”

Ook in de sierteelt en de agf heeft de digitalisering aardig huis gehouden. Achter veel van die technologische innovaties staat dezelfde naam: die van JEM-id. Wat vijfentwintig jaar terug begon met drie bijna-twintigers, is een kwart eeuw later een club van zestig medewerkers in Honselersdijk. Pardon: een zakelijke vriendengroep, zoals founding father Martijn van Andel het noemt, met Jefry van den Hoeven en Vanja van der Palm betrokken bij de oer-versie van JEM-id.

“Hoogtechnologische oplossingen in vrij traditioneel georganiseerde sectoren neerzetten”, noemt Martijn het werkterrein, werk waar ‘nogal wat missiewerk bij komt kijken’. “Bedrijven hebben het vrij druk. Die doen vaak dingen al 25 jaar op dezelfde manier. En die denken ook nog vaak: leuk, al dat nieuwerwetse spul, maar het wordt er wel heel erg makkelijk door om dingen met elkaar te vergelijken. De markt wordt opengegooid, er komt meer transparantie. Wordt alles daar nou altijd leuker of beter van?”

Toch blijken Martijn, Jefry en Vanja talent te hebben als missionaris. Pakketten als GreenCommerce, Floriday, GreenXChange of FreshBabel zullen de gemiddelde consument weinig zeggen. Maar het is aan deze innovaties te danken dat veel processen in de tuinbouwsector tegenwoordig een stuk eenvoudiger verlopen. En het eind van de digitalisering is nog lang niet in zicht, verwacht Martijn. “De manier waarop veilingen, telersverenigingen en exporteurs dingen doen, gaat nog helemaal op de schop. ‘Dozen schuiven’ bestaat straks niet meer als businessmodel. Wendbaarheid wordt heel belangrijk. Die disruptie zie je trouwens niet alleen maar in de tuinbouw. Ik kan me niet voorstellen dat mijn kinderen straks drie keer per week naar de Albert Heijn gaan, terwijl er een busje van Picnic door de straat rijdt.”

Concurrentie

Het lijkt op een niche waarin JEM-id acteert, maar het bedrijf is lang niet de enige in zijn soort, constateert Martijn. “Concurrentie is er altijd geweest. Maar als je dingen net iets eerder of anders doet, heb je er niet zoveel last van. Wat je echter nog weleens ziet, is dat grote bedrijven de neiging hebben op te schuiven naar grotere leveranciers, ook op het gebied van ICT: de SAP’s, de Navisions, de Exacts. Die denken: dat soort clubs zijn heel groot, net als wij. Dan stort zo’n bedrijf zich in een heel groot softwarepakket waarvan je zeker weet dat je die de eerste tien jaar niet meer verandert. Maar die tijd is geweest. De wendbaarheid die vroeger alleen bij kleine bedrijven zat, wordt nu ook geëist van grote bedrijven. Omdat de markt heel snel verandert.”

Commercieel verantwoordelijk

Het succes van JEM-id heeft ook te maken met de ruimte die medewerkers krijgen om iets te ontwikkelen. Martijn:  “Ik ben heel lang de enige bij JEM-id geweest die commercieel verantwoordelijk was. Als iedereen zich commercieel verantwoordelijk zou voelen, gaat het niet goed. Dan ga je je afvragen of elk uurtje nog wel verantwoord kan worden en dat is een killer voor innovatie. Wij pakken dingen op die anders kunnen, zonder ons af te vragen of een klant daar een factuur voor moet krijgen. Anders sneuvelen er heel veel initiatieven.”

Groei als kool

De personeelsproblemen waar de ICT-sector mee te maken heeft, kent hij alleen van horen zeggen. “Heel veel medewerkers komen hier via-via binnen of via een stage en blijven vervolgens plakken.” Het resulteert erin dat JEM-id inmiddels ‘een zakelijke vriendengroep’ van circa zestig medewerkers is. “Een probleem is hier nooit jouw probleem, er is altijd wel een collega die bij kan springen. Maar het begint lelijk uit de kluiten te groeien. En het groeit nog steeds als kool. Er gaan er ook weinig weg, dat scheelt.”

Onhandig

Niet toevallig zijn nieuwe aandeelhouders (sinds 2019) ook eigen kweek: Robin van den Broek en Leon van Schie. Met het oog op corona zien de ‘vrienden’ elkaar vooral voor de camera. “Er zitten er zo’n vijftig thuis. Maar we mogen nog niet klagen. Een probleem is het niet, ik zou het eerder onhandig noemen.” Ook het 25-jarig jubileum in februari van 2021 krijgt daardoor een andere invulling. Martijn verzekert dat het op JEM-id-waardige wijze wordt gevierd: “Daar gaan we creatief nog wel wat op verzinnen. We laten ons niet tegenhouden door een virus.”

Huisvader Toni

Als financiële man is Martijn degene die het meeste contact met Alfa heeft. “Alfa heeft de hele groei van ons bedrijf meegemaakt. Wat wij prettig vinden, is dat alle expertises en specialismen bij Alfa ruim ontwikkeld zijn. Als je een fiscaal probleem hebt, dan heb je bij Alfa ook echt met een fiscaal specialist te maken. Die scheiding van functies ervaar ik wel als heel prettig. Directeur Toni  di Addario zweeft daar als een soort goed huisvader boven. Ik kan Toni altijd direct bellen, niet dat je eerst langs een personal assistant moet om hem aan de lijn te krijgen. Dat wil niet zeggen dat we ook bij elke beslissing Alfa bellen of het wel verstandig is. We zijn redelijk eigenwijs. We hebben gelukkig ook op financieel gebied veel expertise in huis maar zodra het echt ingewikkeld begint te worden, mag Alfa het regelen.