Banner

Een voorziening vormen voor een failliete debiteur - mag dat?

14 december 2020 | Door:  Hannie Versteegh

Natuurlijk mag je een voorziening vormen voor een failliete directeur, zul je zeggen. Misschien vind je zelfs wel dat het moet. Maar mag je bij het bepalen van de voorziening voor dubieuze debiteuren rekening houden met het faillissement in het volgend boekjaar van je debiteur? Een vraag die zo maar kan opkomen als de voorspelling over de faillissementsgolf in 2021 uitkomt.

De uitbraak van de coronacrisis in 2020

De coronacrisis heeft veel gezonde bedrijven geraakt. In het voorjaar dachten we nog dat we in het najaar weer op de oude voet verder konden gaan. Inmiddels hebben we onze verwachtingen hierover al meerdere keren moeten bijstellen.

Ondernemingen maken massaal gebruik van alle steunpakketten van de overheid. Hierdoor is de stijging van het aantal faillissementen sinds het uitbreken van de crisis tot nu gering, constateert het CBS aan de hand van het aantal tot en met week 47. Maar de overheid bouwt de steun aan het bedrijfsleven af. Vanaf 1 januari moeten ondernemers meer omzetderving hebben om van de regelingen gebruik te mogen maken. Ook de omvang van de overheidssteun is soberder.

Economen verwachten dan ook een toename van het aantal faillissementen in 2021. Zo kun je als ondernemer te maken krijgen met klanten die hun financiële verplichtingen niet kunnen nakomen.

Waardering van de post debiteuren

Hoe ga je dan om met de waardering van de post debiteuren in de jaarrekening? Hoe stel je vast of een vordering dubieus is op de balansdatum? Mag je bij het bepalen van de voorziening voor dubieuze debiteuren op die balansdatum rekening houden met het faillissement in het volgend boekjaar van je debiteur?

Volgens de wet worden vorderingen (waaronder debiteuren) gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Deze is veelal gelijk aan de nominale waarde van de vorderingen. Voorzieningen wegens oninbaarheid moeten in mindering worden gebracht op de boekwaarde van de vordering.

Bij het opmaken van de jaarrekening worden schattingen gemaakt. Zo worden ook schattingen gemaakt bij de beoordeling van de inbaarheid van debiteuren om de omvang van de voorziening voor dubieuze debiteuren te bepalen. Hierbij moet je uitgaan van het redelijkerwijs te schatten risico van oninbaarheid en niet van het maximaal mogelijke risico.

Alle beschikbare relevante informatie

De inschattingen moeten worden gemaakt op basis van de beschikbare gegevens op het moment van het opmaken van de jaarrekening. Bij het maken van een schatting wordt de omvang van de post benaderd door zo goed mogelijk rekening te houden met alle beschikbare relevante informatie. Hieruit kun je concluderen dat je bij het bepalen van de voorziening voor dubieuze debiteuren rekening mag houden met het faillissement van een debiteur uitgesproken na balansdatum. Is dat ook zo?

Twee soorten gebeurtenissen

Om deze vraag te beantwoorden moeten we onderscheid maken tussen twee verschillende soorten gebeurtenissen na de balansdatum:

Gebeurtenissen na de balansdatum

Geeft de gebeurtenis na de balansdatum wél nadere informatie over de feitelijke situatie per die dag? Dan verwerken we de informatie in de jaarrekening Geeft de gebeurtenis na de balansdatum echter géén nadere informatie over de feitelijke situatie op die dag? Dan verwerken we de informatie niet in de jaarrekening. Gebeurtenissen met belangrijke financiële gevolgen (ná de balansdatum) lichten we wel toe in de jaarrekening.

Voorbeeld 1

Een horeca-ondernemer opent eind 2019 een kroeg, na een verbouwing van een jaar. Binnen de kortste keren is deze kroeg the place to be. De onderneming heeft een vliegende start met als hoogtepunt een oud-en-nieuwviering die zijn weerga niet kent. Er gloort een gouden toekomst voor de ondernemer en zijn kroeg. Dan breekt maart 2020 aan en moet de horeca voor langere tijd de deuren sluiten. De onderneming heeft nog weinig vet op de botten. De schuldeisers eisen hun schulden op. En dat leidt tot het faillissement van deze net gestarte onderneming.

In deze casus is het duidelijk dat de oorzaak van het faillissement ná de balansdatum ligt. Het faillissement van de horeca-ondernemer wordt veroorzaakt door de gevolgen van de coronacrisis. De uitbraak van corona vond plaats in 2020. De schuldeisers verwerken de gevolgen ervan niet in hun jaarrekening over 2019. De schuldeisers kunnen de per balansdatum uitstaande vordering op deze ondernemer dus nog niet afwaarderen. Wel kunnen aanvullende toelichtingen worden opgenomen.

Voorbeeld 2

Een horeca-ondernemer heeft een kroeg waar de loop uit is. Al jaren ploetert hij om het hoofd boven water te houden. In december organiseert hij een feestavond. Helaas brengt ook deze avond niet de omzet waarop hij had gehoopt. Zijn hoop is gericht op het voorjaar als de terrassen weer open zijn. En dan krijgt hij de genadeklap. De horeca gaat op slot en dit betekent het definitieve einde. De zieltogende kroeg gaat failliet.

In deze casus is er eind 2019 al twijfel over de continuïteit van de kroeg. De schuldeisers beschouwen hun vordering, met deze kennis, als dubieus. Met andere woorden, er is al twijfel over de inbaarheid van de vordering aan het einde van het boekjaar. Het faillissement bevestigt de rechtvaardiging voor het vormen van een voorziening voor dubieuze debiteuren op de balansdatum.

Conclusie

De oorsprong van de gebeurtenis is relevant voor het al dan niet verwerken van informatie in de jaarrekening. Bij de uitbraak van een brand is dat duidelijk, bij een faillissement niet altijd. Corona maakt de vertaling van de verslaggevingsregels - wel of geen info per balansdatum - naar de praktijk heel duidelijk. Heb je naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan contact op met jouw klantbeheerder bij Alfa.

Hannie Versteegh

Hannie Versteegh

Klantbeheerder

088 2531778 | hversteegh@alfa.nl


Meer over Hannie