Banner

Focus op de geitenhouderij (2): heb je de juiste ondernemingsvorm?

2 december 2020 | Door:  Henk Overbeek

Net als alle andere agrarische sectoren keek ook de geitenhouderij met zorg naar de toekomst toen corona uitbrak. Maar na ruim een half jaar kan de conclusie zijn dat de impact meevalt. In vier artikelen laat Alfa het licht schijnen over de geitenhouderij. In dit tweede deel: Heb je de ondernemingsvorm die het beste bij jou past?

Steeds meer ondernemers in de geitenhouderij moeten meer inkomstenbelasting betalen.

Ook bedrijven die qua omvang gelijk blijven met dezelfde opbrengsten gaan meer belasting betalen. De oorzaak hiervan is veelal het verdwijnen van (willekeurige) afschrijvingen en het up-to-date hebben van de onderneming. Door de goede geldstroom op het bedrijf zijn kleine investeringen al gedaan en is extra onderhoud al gepleegd. Deze bedrijven hebben bij dezelfde opbrengsten minder kosten. Daarnaast is het doen van grote investeringen de laatste jaren door wetgeving en omgevingsfactoren moeilijk geworden.

Het is dus zaak te zoeken naar andere richtingen om de belastingdruk te verlagen. Is je ondernemingsvorm hierbij nog wel de juiste?

Het oprichten van een besloten vennootschap (BV) kan een goede mogelijkheid zijn. Wat zijn de mogelijkheden van een BV, of specifieker de hybride BV-structuur?

Eenmanszaak of VOF

De meeste ondernemers in de geitenhouderij hebben nu geen BV, maar een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (VOF). Dat komt grofweg door het bestaan van de zelfstandigenaftrek en de mkb winstvrijstelling. Deze ondernemersaftrekken zijn niet van toepassing op de BV. Dit gaat bij een gemiddeld bedrijf toch al snel om ongeveer € 40.000 per jaar aan aftrekposten. Hier wil je gebruik van blijven maken.

Nadeel van de BV is daarbij dat je, als ondernemer, straks als werknemer van jouw BV wordt beschouwd. De Belastingdienst schrijft voor dat de BV dan een gebruikelijk loon gaat betalen. De hoogte hiervan is in 2020 op dit moment € 46.000 per jaar, maar het kan in bepaalde situaties ook anders zijn. Mooi voordeel van de BV is dat het belastingtarief (16,5% / 25%) lager is dan het toptarief in de inkomstenbelasting.

Hybridestructuur

Om deze voordelen te verenigen bestaat de hybride structuur. Hierbij gaat een ondernemer een VOF aan met de eigen BV. De winst van deze samenwerking wordt verdeeld tussen de vennoten. De vennoot-BV betaalt dan vennootschapsbelasting over zijn winst. De vennoot-ondernemer blijft recht houden op de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling. Een goede verdeling van de winst kan zodoende zorgen voor een totale belastingdruk die lager is dan wanneer de onderneming volledig voor rekening van de BV wordt uitgeoefend. Als hierdoor jaarlijks minder belasting moet worden betaald, kan dit geld worden gebruikt voor bijvoorbeeld investeringen of het aflossen van geldleningen.

Maatwerk

De huidige onderneming wijzigen in een hybride structuur vraagt echter wel om  maatwerk; zorgvuldige begeleiding is een absolute must. Want het beoogde voordeel kan zomaar omslaan in een groot nadeel als niet voldoende aandacht wordt besteed aan de wijze waarop vermogen wordt ingebracht, de werkzaamheden en de winstverdeling.

Daarnaast moet je ook goed anticiperen op de toekomst, zodat je de riante mogelijkheid van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet benut om ondernemingsvermogen over te dragen.

Voor veel ondernemers zal de btw-aangifte of de BAS-rapportage (Bedrijfs Analyse Systeem) over het derde kwartaal al een indicatie zijn van de winst van 2020. Hierdoor kunnen er tijdig maatregelen getroffen worden, zoals wellicht het opzetten van een hybride structuur om liquide middelen in het bedrijf te houden.

Heb jij de ondernemingsvorm die past bij jouw bedrijf? Onze specialisten gaan graag met jou in gesprek over de mogelijkheden.

En natuurlijk zijn er ook mogelijkheden om (duurzame) investeringen uit te voeren. Hier kom ik in het volgende artikel op terug. Lees deel 1: hou grip op je financiën.