Banner

De inbreng in de BV

15 oktober 2019 | Door:  Nienke Zomer

Startende ondernemers beginnen hun bedrijf veelal in de rechtsvorm van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma. Naarmate de onderneming groeit kan het voordeliger of interessanter zijn om de onderneming voort te zetten in de vorm van een besloten vennootschap. In dat geval kan de onderneming worden ingebracht in een besloten vennootschap. Dit kan op verschillende manieren gedaan worden. Het besluit om al dan niet voor een eenmanszaak, vennootschap onder firma of voor een besloten vennootschap te kiezen brengt fiscale en juridische gevolgen met zich mee. Het is van belang om deze gevolgen goed in kaart te brengen waardoor duidelijk wordt welke ondernemingsvorm het beste bij jouw onderneming past.

Aansprakelijkheid

Er is een aanzienlijk verschil tussen een onderneming in de Inkomstenbelasting zoals een eenmanszaak of vennootschap onder firma (hierna: onderneming) en de besloten vennootschap (hierna: BV) als het gaat om aansprakelijkheid. Wanneer je een onderneming drijft, ben je hoofdelijk aansprakelijk voor de ondernemingsschulden. Dit houdt in dat schuldeisers jou ook in privé kunnen aanspreken. Dit is in beginsel niet het geval wanneer je een directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) bent van een BV. Een BV is namelijk een rechtspersoon. Dit houdt in dat de BV onder andere zelfstandig contracten aan kan gaan en bezittingen en schulden kan hebben. Je bent als DGA in beginsel niet met je privévermogen aansprakelijk voor schulden van de BV. Let wel, indien sprake is van onbehoorlijk bestuur, kan onder omstandigheden de bestuurder wel persoonlijk aangesproken worden.

Fiscale gevolgen

Voordat je de keuze maakt om je onderneming in te brengen in de BV, is het van belang om te beoordelen of een BV wel gunstig is in jouw situatie. Wil je meer weten over de fiscale gevolgen van een onderneming of een BV dan kun je hier terecht voor meer informatie. Als blijkt dat een BV in jouw situatie gunstiger is dan kun je besluiten om je onderneming in te brengen in de BV. 

Ruisende of geruisloze inbreng

Wanneer je het besluit hebt genomen om je onderneming in te brengen in een BV dan worden de aandelen van de BV volgestort door middel van de bezittingen en schulden van de huidige onderneming. Dit wordt inbreng in natura (anders dan in geld) genoemd. Bij inbreng in de BV wordt er naast de akte van oprichting een akte van inbreng opgesteld die beschrijft wat is ingebracht met vermelding van de daaraan toegekende waarde. Er zijn twee manieren waarop je een onderneming kan inbrengen in een BV, namelijk door middel van ruisende of geruisloze inbreng. Overigens kan de onderneming ingebracht worden in zowel een bestaande BV als in een nieuw op te richten BV. Bij geruisloze inbreng in een bestaande BV geldt daarbij de voorwaarde dat je enig aandeelhouder bent van die BV en dat de BV al activiteiten in dezelfde lijn heeft. 

Ruisende inbreng

Wanneer je besluit de onderneming ruisend in te brengen in een BV dan wordt de onderneming tegen de werkelijke waarde ingebracht. Hierdoor kan bij deze vorm van inbreng stakingswinst aanwezig zijn. Een stakingswinst bestaat onder meer uit stille reserves (meerwaarde), de vrijval van fiscale reserves, de goodwill en de desinvesteringsbijtelling. Op de stakingswinst kan een beperkte stakingsaftrek worden toegepast en na aftrek van de mkb-winstvrijstelling wordt de stakingswinst volgens het progressieve tarief in box 1 van de Inkomstenbelasting belast. Dit tarief bedraagt op dit moment maximaal 51,75%.

Het direct betalen van de Inkomstenbelasting kan voorkomen worden door de stakingswinst als lijfrente te storten. Als je van deze mogelijkheid gebruikt maakt dan hoef je onder bepaalde voorwaarden niet per direct 51,75% Inkomstenbelasting te betalen. De uitkeringen zijn dan in de toekomst wellicht belast in een lagere schijf. Daarbij is het van belang dat je over voldoende liquide middelen beschikt doordat de lijfrente daadwerkelijk gestort moet worden bij een verzekeraar. Als de liquiditeit niet direct voorhanden is dan kan de lijfrente ook bij de BV worden bedongen. Anders dan bij een verzekeraar hoef je in deze situatie geen geld te storten in jouw BV doordat de onderneming als tegenprestatie voor de lijfrente wordt gezien.

Indien je de onderneming ruisend inbrengt, moet de intentieverklaring binnen drie maanden worden geregistreerd bij de Belastingdienst (bij een normaal boekjaar dus voor 31 maart). Daarbij dient de BV uiterlijk binnen negen maanden te zijn opgericht (bij een normaal boekjaar dus voor 30 september). 

Geruisloze inbreng

Als je besluit de onderneming geruisloos in te brengen in een BV wordt er gehandeld alsof er niet is gestaakt. Dit houdt in dat de fiscale claim overgaat op de BV waarbij de BV verder gaat met de fiscale boekwaarden van de onderneming. Indien je een fiscale oudedagsreserve hebt opgebouwd kun je de fiscale oudedagsreserve in de vorm van een lijfrente in de BV storten. Bij deze keuze dient de Belastingdienst een goedkeuring af te geven en moet de Belastingdienst verzocht worden de geruisloze inbreng toe te staan. 

Wanneer je de onderneming geruisloos inbrengt, moet de intentieverklaring binnen negen maanden worden geregistreerd bij de Belastingdienst (bij een normaal boekjaar dus voor 30 september). Daarbij dient de BV uiterlijk binnen vijftien maanden te zijn opgericht (uiterlijk 31 maart in het daaropvolgende boekjaar). 

Juridische gevolgen

Wanneer de onderneming is ingebracht heeft de overgang naar de BV ook gevolgen voor je personeel, schulden, vorderingen en lopende contracten.

Personeel

Als je de onderneming inbrengt in de BV hoeven geen nieuwe arbeidsovereenkomsten opgesteld te worden, omdat de BV in de plaats treedt van de onderneming. Dit heeft tot gevolg dat ook het arbeidsverleden van je werknemers wordt meegenomen naar de BV. Je onderneming blijft een jaar na de inbreng, naast de BV, hoofdelijk verbonden voor de nakomingen van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomsten die zijn ontstaan vóór de inbreng.

Schulden, vorderingen en lopende verplichtingen

Als je je onderneming inbrengt in de BV, dan gaan niet alleen alle activa van de onderneming over op de BV, maar ook alle schulden en lopende verplichtingen. Wanneer een schuld bij de inbreng wordt overgedragen aan de BV is er sprake van schuldoverneming. Een mededeling aan je schuldeiser van de schuldovername is vereist. Vervolgens kan de schuldeiser stilzwijgend of uitdrukkelijk toestemming geven voor de schuldovername. Ook vorderingen kunnen worden overdragen aan de BV. Dit kan zowel door openbare cessie als door stille cessie. Wanneer je echter een lopende overeenkomst hebt zoals een huurovereenkomst of een leveringsovereenkomst is er sprake van contractsovername. In dat geval moet er een overeenkomst worden opgesteld waarin is neergelegd dat alle rechten en plichten van de onderneming overgaan op de BV. Ook bij contractsovername is toestemming van de wederpartij vereist. 

Meer informatie?

Bij de vraag of je je onderneming (nog steeds) in de optimale rechtsvorm drijft, spelen verschillende fiscale en juridische factoren een rol. Bij Alfa helpen we je graag met het in kaart brengen van jouw situatie. Ook wanneer je al tot het besluit bent gekomen om je onderneming in te brengen in de BV kijkt Alfa graag met je mee.

 

Nienke Zomer

Nienke Zomer

Fiscaal adviseur

088 2533250 | nzomer@alfa.nl


Meer over Nienke