Banner

Winst door optimaliseren van de Kringloop(wijzer)

29 juni 2021 | Door:  Erik van Bekkum

De meeste bedrijven zijn nu een jaar of vijf bezig geweest met het invullen van de Kringloopwijzer. Maar alleen met invullen kom je er niet. Na het invullen moet je ook aan de slag met de sterke en minder sterke punten uit je bedrijfsvoering. Hieronder een drietal resultaten uit de Kringloopwijzer die geld op kunnen leveren voor jouw bedrijf.

BEX

Het  meest bekende kengetal is het BEX-voordeel. De laatste jaren zien we dat een stikstofvoordeel lastiger te realiseren is. Slaag je erin om het ruweiwit in het rantsoen op circa 155 gram/kg droge stof te houden, dan zul je zien dat ook het fosfaatvoordeel in de BEX vrijwel automatisch toegepast kan worden. Na een aantal jaren fosfaatarm mengvoer zien we nu op sommige bedrijven de fosfaatgehaltes in de brok weer naar boven bijgesteld worden om de koeien gezond te houden. Daarbij maakt een maisaandeel van circa 30% in het rantsoen het halen van een BEX-voordeel een stuk makkelijker.

Een constant BEX-voordeel levert je minder eiwit aankoop, minder  mestafzetkosten en minder fosfaat om te verwerken (VVO’s) op.

Stikstofbodembalans

De afgelopen droge jaren resulteerden over het algemeen in een iets groter stikstofbodemoverschot dan in de groeizamere jaren. Dit komt doordat de mest wel op het land gebracht is maar door de droogte heeft het land niet gewenste opbrengst gehaald. Overschotten tussen de 120-160 kg zuivere stikstof per ha is omgerekend 440 – 590 kg KAS per ha. Als je dit uitrekent op een gemiddeld bedrijf met 55 ha met derogatie is dit tussen de 19-25 ton KAS. Stel je weet het stikstofbodemoverschot te halveren, dan heb je zo de eerste €2.500,- al verdiend.  Natuurlijk haal je die winst niet alleen uit het toedienen van kunstmest. Het begint bij het telen van voldoende ruwvoer van goede kwaliteit. Daarnaast is het goed om te kijken wat het land nodig heeft. Een bodem met een stikstof leverend vermogen (NLV) van 140 heeft meer aanvullende stikstof bemesting nodig dan een bodem met een NLV van 240. Uiteindelijk betaalt een gerichte stikstofbemesting zich terug in hogere opbrengsten, een gelijkmatiger ruw-eiwitgehalte en een betere stikstofbenutting.

Broeikasgassen

De broeikasgassen worden uitgedrukt in CO2-equivalenten per kilogram meetmelk en zijn opgebouwd uit de berekende emissies van methaan, lachgas en kooldioxide. Omdat dit kengetal uitgedrukt wordt per kilogram meetmelk zal op het moment dat de productie per koe verhoogd wordt, een daling zichtbaar worden van de broeikasgasemissie per kilogram melk. Een toename van 500 kg melk per koe levert daarbij een daling van 37 gram CO2-eq/kg meetmelk. Maar pas op, als deze melkproductie gehaald moet worden uit mengvoer dan levert dit vaak weer een stijging van de toegerekende broeikasgassen. Bij gelijke invoer levert een kilogram extra aangevoerd mengvoer,  een toename van 9 gram CO2-eq/kg meetmelk. Meer melken uit eigen ruwvoer loont dan haal heel snel. Ook de jongveebezetting verlagen is wellicht een optie. Van 8 naar 7 jongvee per 10 melkkoeien levert een reductie van 18 gram aan broeikasgassen op.

Wil je als melkveehouder hulp bij het ontdekken van de meerwaarde van de Kringloopwijzer voor jouw bedrijf? Neem dan contact op met de bedrijfskundig adviseurs van Alfa.

Erik van Bekkum

Erik van Bekkum

Bedrijfskundig adviseur

088 2531788 | evanbekkum@alfa.nl


Meer over Erik