Banner

Positieve uitspraak bedrijfsopvolgingsfaciliteit vastgoedbedrijven

7 mei 2018 | Door:  Iris Rooyakkers

Eén van de voorwaarden om de gunstige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (BOF) in de Successiewet en de inkomstenbelasting toe te passen is dat sprake moet zijn van een ‘echte’ onderneming. De fiscus neemt vaak al snel het standpunt in dat bij een vastgoedportefeuille niet aan deze voorwaarde is voldaan. Er is echter (opnieuw) een rechterlijke uitspraak verschenen, waarin een gerechtshof heeft geoordeeld dat de BOF toch kan worden toegepast op de verkrijging van aandelen in een vastgoed-BV.

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Verkrijgingen door schenking of vererving zijn in beginsel belast met schenk- of erfbelasting. Voor de verkrijging van ondernemingsvermogen geldt echter een vrijstelling, als wordt voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van BOF. De voorwaardelijke vrijstelling houdt in dat geen schenk- of erfbelasting is verschuldigd over ondernemingsvermogen tot € 1.071.987 (2018). Daarboven geldt een vrijstelling van 83%.

Daarnaast kan in box 2 van de inkomstenbelasting met behulp van de BOF onder voorwaarden de 25%-claim op de opgebouwde meerwaarde van de aandelen worden doorgeschoven naar degene aan wie de aandelen worden geschonken of naar wie ze vererven, in plaats dat meteen moet worden afgerekend.

Ondernemingsvermogen

De BOF kan alleen op ondernemingsvermogen worden toegepast. Voor de verkrijging van de aandelen in vastgoed-BV’s is daarom altijd de vraag of binnen de BV een onderneming wordt gedreven, of dat slechts sprake is van beleggen. De fiscus neemt vaak het standpunt is dat dit laatste het geval is, en dat de BOF niet kan worden toegepast. In het verleden zijn er echter al verschillende uitspraken geweest, waaruit blijkt dat door vastgoed-BV’s toch regelmatig een onderneming wordt gedreven. Recent heeft Hof Den Haag opnieuw in een zaak geoordeeld dat de BOF van toepassing was op de proefschenking van één aandeel in een vastgoed-BV.

Uitspraak

In deze zaak was sprake van een BV, die belangen had in BV’s waarin bedrijfspanden, winkels en vakantieparken werden geëxploiteerd. Vader schonk bij wijze van proef (vanwege de onzekere fiscale gevolgen) aan elk van zijn kinderen één aandeel in deze BV. Naar aanleiding van de aangifte schenkbelasting was in geschil of de BOF kon worden toegepast. Het gerechtshof besliste dat de activiteiten binnen de BV slechts als ondernemingsactiviteiten worden aangemerkt, als de activiteiten meer inhouden dan wat gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer. Daarvoor moet worden getoetst:

Doordat niet alleen sprake was van verhuur van panden, maar de panden ook werden ontwikkeld, verbeterd, herontwikkeld en ‘vernieuwbouwd’, werd volgens het Hof aan de ‘plus arbeid’-toets voldaan. Ook bleek het rendement veel hoger te zijn dan het gemiddelde rendement van beleggingen in winkels en kantoren. Daarmee werd ook voldaan aan de ‘plus rendement’-toets. Het Hof oordeelde dan ook dat de aandelen in de BV kwalificeerden als ondernemingsvermogen en dat de BOF hierop van toepassing is.

En nu?

Zoals de eerdere uitspraken over de toepassing van de BOF bij vastgoed-BV’s, bevestigt deze uitspraak dat door vastgoed-BV’s wel degelijk onder voorwaarden een onderneming wordt gedreven. Bij voorgenomen schenking van aandelen in een vastgoed-BV is het van belang om goed in kaart te brengen wat de activiteiten van de BV zijn, om te kunnen onderbouwen dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer, zodat de BOF kan worden toegepast. Wellicht is het mogelijk de activiteiten aan te passen, zodat beter verdedigd kan worden dat sprake is van een onderneming. Het belang hiervan is groot.

Vragen? Neem gerust contact op met één van onze adviseurs bij u in de buurt. Met meer dan 30 vestigingen is Alfa overal dichtbij.

Iris  Rooyakkers

Iris Rooyakkers

Belastingadviseur vaktechniek


Meer over Iris