Banner

Box 3 en het regeerakkoord

26 oktober 2017 | Door:  Arne de Beer

De belastingdruk op privévermogen is voor spaarders veel te hoog. Het nieuwe kabinet heeft deze boodschap begrepen en gaat er naar verwachting snel mee aan de slag. In het regeerakkoord zijn daarom drie maatregelen aangekondigd. Maar stelt de lastenverlichting vanaf 2018 in Box 3 wel echt iets voor?

Belastingvrij vermogen iets omhoog

Het belastingvrije vermogen in box 3 wordt per 1 januari 2018 aangepast naar € 30.000 per belastingplichtige. Voor partners blijft in totaal € 60.000 buiten de box 3-heffing. Dat is een verhoging ten opzichte van 2017. Nu is de vrijstelling € 25.225 per partner. Heb je meer vermogen dan de vrijstelling én een partner, dan scheelt dat gezamenlijk ruim 80 euro per jaar. Dat zijn geen grote bedragen.

Aanpassing rendement

Er wordt sneller aangesloten bij het werkelijke rendement van spaargelden. Nu wordt nog 5 jaar teruggekeken. Vanaf 2018 zal gekeken worden naar de gemiddelde spaarrente van 2 en 1 jaar terug. In 2018 is dat het gemiddelde van juli 2017 en juli 2016. Naar verwachting zal dit niet veel hoger zijn dan 0,55% en daarmee lager uitkomen dan de 1,63% die nu wordt gehanteerd. Tot zover is het goed nieuws. Bij een vermogen van ongeveer 100.000 euro per persoon zou dit gaan om 160 euro per persoon minder belasting. Bij partners met een dubbel zo groot vermogen gaat het om 320 euro per jaar.  

Het valt ons op dat deze aanpassing alleen geldt voor het ‘spaargedeelte’ in Box 3. Heb je een groter vermogen, dan biedt de aanpassing dus weinig verlichting.  

Voor grotere vermogens blijft Box 3 voorlopig hoog

In 2017 is het Box 3-systeem een stuk moeilijker gemaakt, door te werken met vermogensschijven. Naarmate je vermogen hoger is wordt verwacht dat je meer in aandelen e.d. belegt, waarvoor met een veel hoger fictief rendement wordt gerekend. In 2017 is dit rendement voor aandelen e.d. nog 5,39%, gebaseerd op de koersontwikkelingen van de afgelopen 15 jaar. Uit het regeerakkoord volgt dat in het rendement op het beleggingsdeel in 2018 niets verandert. Voor vermogens boven de ongeveer 100.000 euro per persoon telt het rendement op het spaardeel maar voor 21% mee. Zit je met je vermogen boven de 1.000.000 per persoon, dan telt het zelfs helemaal niet meer. Dit betekent dat de belastingheffing over vermogens boven de ongeveer 100.000 euro per persoon vrijwel onverminderd hoog blijft.  

Toekomst: werkelijke rendementen

Het kabinet gaat volgens het regeerakkoord een voorstel doen om de vermogensrendementsheffing te baseren op het werkelijke rendement. Volkomen terecht. Alleen dan is er een kans voor de grotere spaarders dat de belasting weer in de pas loopt met wat hun spaargeld werkelijk opbrengt. Het voorstel komt op zijn vroegst in 2019, verwachten wij. Tot die tijd hebben de grotere spaarders te maken met een fictieve heffing op basis van hoge rendementen uit het verleden.

Arne de Beer

Arne de Beer

Fiscaal adviseur


Meer over Arne